Geef jonge trainers een kans !

07.11.2016

Deze morgen een leuk opiniestuk gelezen in de krant. Het is een column geschreven door Wim Conings. Hierna het volledige artikel.

Het is weer die tijd van het jaar. Punten worden geteld, raden van bestuur brommen en trainers worden bij het grofvuil gezet. En we lachen met de één of andere ‘draaimolentrainer’ die telkens als het deze tijd van het jaar is wel bij deze of gene club genoemd wordt. Het type trainer dat mislukt bij een Belgische club, een kans krijgt bij een volgende Belgische club, daar ook ontslagen wordt, een jaartje in het buitenland coacht en daarna weer aan de slag kan bij een derde Belgische club. In de meeste bedrijfstakken zou zoiets onmogelijk zijn, maar de Belgische Jupiler Pro League heeft één van de beste recyclagesystemen ter wereld. Word je als trainer bij het grofvuil gezet, dan pikt een andere eersteklasser je vroeg of laat wel weer op.

Het probleem is dat onze clubleiders zich te veel beperken tot dezelfde poel om een trainer uit te vissen. Men concentreert zich op dat kleine percentage ex-profvoetballers dat na zijn carrière toevallig ook trainer wil worden. Oud-profs hebben de connecties en de ervaring op het hoogste niveau al, zijn geen slechte zaak met het oog op de fans en krijgen makkelijker toegang tot het benodigde trainersdiploma. Maar zijn ze daarom ook betere trainers?

In de hele Belgische hoogste voetbalklasse zijn er op dit moment maar drie trainers actief die geen grote carrière kenden als speler: Francky Dury (59), Felice Mazzu (50) en Yannick Ferrera (36). Het heeft de eerste twee meer dan twintig jaar trainerschap gekost om zich tot in eerste te knokken. Ferrera moest minder lang wachten, maar had toch al tien jaar ervaring als jeugdtrainer, videoanalist en assistent én de nodige connecties alvorens hij zijn kans mocht gaan.

Er is eigenlijk maar één duidelijk voordeel dat ex-profvoetballers hebben op trainers die nooit profvoetbal gespeeld hebben: ervaring. Maar is dat genoeg reden om een overgroot deel van de bevolking uit te sluiten van het trainerschap op het hoogste niveau? Nee dus. In Duitsland hebben ze dat reeds ingezien. Daar hebben drie van de vier Champions League-deelnemers al een trainer die nooit profvoetballer is geweest. Een jaar geleden kreeg Julian Nagelsmann op 28-jarige leeftijd een driejarig contract als hoofdcoach van Hoffenheim. De man had helemaal geen ervaring op het hoogste niveau, maar kreeg zijn kans omdat hij het goed deed bij de jeugd en innovatieve ideeën had. Zoiets is ondenkbaar in België. Vandaag prijkt Nagelsmann met het bescheiden Hoffenheim op de derde plek van de Bundesliga en staat hij in de belangstelling van Bayern München als één van de meest veelbelovende Duitse coaches.

Ruim tien jaar geleden heeft België een inhaalbeweging gemaakt in de opleidingen van jonge spelers. Maar wat trainers betreft, is er nog steeds maar weinig nieuws onder de zon. De voetbalbond gunt voormalige profvoetballers een voorkeursbehandeling in de toelatingsvoorwaarden voor het Pro Licence, het trainersdiploma voor eerste klasse, waar het inschrijvingsgeld dan ook nog eens 6.500 euro bedraagt. In Duitsland zijn de toelatingsvoorwaarden op basis van kwaliteit, met drie dagen aan intensieve testen. Ook amateur- en jeugdtrainers krijgen daar hun kans een diploma voor het hoogste niveau te verwerven. Zelfs als ze nog nooit tegen een bal getrapt hebben.

De grootste verantwoordelijkheid ligt echter bij de clubleiders. Waasland-Beveren is de volgende in het rijtje dat een trainer zoekt. Toen Vreven de deur werd gewezen, hadden zij het over “een visie van jong en Belgisch talent dat de sportieve cel had vooropgesteld”. Wel, dan. Durf een goede jeugdtrainer een kans te geven. Stuur eens scouts naar lagere reeksen, om te zien of daar geen beloftevolle trainer met interessante ideeën rondloopt. Maar kom asjeblieft niet weer aanzetten met één van die draaimolenjongens.